Macro-economische context derde kwartaal 2018

Het afgelopen kwartaal hebben de wereldwijde aandelenbeurzen de trend van de eerste jaarhelft verder gezet. Dit betekent dat er veel sterke schommelingen waren, beurzen gingen snel op en neer, maar dat de algemene index van wereldwijde aandelen het kwartaal mooi positief kon afsluiten, net zoals over de eerste jaarhelft.

Een andere opvallende gelijkenis met de eerste jaarhelft waren de sterke verschillen in rendement tussen de aandelenmarkten in verschillende regio’s. Zo waren het opnieuw de Amerikaanse aandelen die het sterkst presteerden, gedreven door de hoge verwachte winstgroei voor Amerikaanse bedrijven. Aandelen in de ontwikkelingslanden presteerden opnieuw het zwakste, zij kwamen onder druk door de gestegen spanning omtrent de handelsoorlog. Europese aandelen daarentegen kozen opnieuw voor de gulden middenweg en bleven het afgelopen kwartaal rond de nullijn schommelen.

In Europa werd het politieke pessimisme gecounterd door de goede bedrijfsresultaten. Het negatieve nieuws, met als belangrijkste boosdoener de Italiaanse regeringsvorming en hun populistische plannen om de overheidsuitgaven sterk te doen stijgen, werd geannuleerd door goede bedrijfsresultaten en Europese centrale bank die de economie blijft ondersteunen met haar monetair beleid.

De Amerikaanse economie blijft ondertussen op volle toeren verder groeien en dit stuwde de Amerikaanse aandelen verder omhoog. Voor de Amerikaanse centrale bank creëert dit een situatie waarmee zij zeer omzichtig moeten omspringen. Langs de ene kant willen zij verhinderen dat de economie oververhit en de inflatie ontspoort. Maar langs de andere kant mogen ze de economie ook niet zo sterk afkoelen dat het tot een recessie zou kunnen leiden. Voorlopig slaagt de Amerikaanse centrale bank goed in deze evenwichtsoefening en houden zij, dankzij hun strategie van geleidelijke renteverhogingen, de inflatie zeer dicht bij hun doel van 2% terwijl de economie mooi blijft groeien. Dit verklaart dan ook de zeer sterke prestaties van Amerikaanse aandelen.

De ontwikkelingslanden daarentegen blijven het zeer moeilijk hebben. Hierdoor bestaan verschillende redenen, zo heeft China bijvoorbeeld vooral te lijden onder de toenemende handelsspanningen met de Verenigde Staten. Een andere reden voor de zwakkere prestatie van de ontwikkelingslanden ligt in de VS, waar de centrale bank geleidelijk de rente verhoogd, dit maakt Amerikaans schuldpapier niet alleen relatief interessanter dan activa uit de ontwikkelingslanden, het zet ook die ontwikkelingslanden onder druk die een hoge schuld hebben in Amerikaanse Dollar, aangezien deze nu duurder geherfinancierd moet worden. Hiernaast bestaat er ook de vrees dat de Turkse crisis, waar de Turkse Lira in augustus een enorme daling kende, gedreven door de grote tekorten op de betalingsbalans, de hoge inflatie en de politieke inmenging in het beleid van de centrale bank, zich zal verspreiden naar andere ontwikkelingslanden. Natuurlijk bestaat het risico dat deze crisis zich verder verspreid, maar we zien toch dat de meeste andere landen veel sterker in hun schoenen staan dan Turkije.

Op Europees obligatievlak moeten we ook dit trimester opnieuw wat extra aandacht besteden aan Italië. In de eerste jaarhelft is de rente op Italiaanse overheidsobligaties in de hoogte geschoten uit vrees voor politieke instabiliteit na de verkiezingen. Spijtig genoeg heeft de nieuwe Italiaanse regering deze zomer de vrees van de financiële markten niet kunnen wegnemen. Het tegengestelde gebeurde toen duidelijk werd dat de nieuwe populistische regering zal doorgaan met haar plannen om de overheidsuitgaven drastisch te doen stijgen. Het verschil tussen Duitse en Italiaanse overheidsobligaties blijft hier relatief hoog, het is van deze hogere rente in Italië dat wij hopen te profiteren in de toekomst dankzij onze posities. We behouden dan ook onze voorkeur voor staatsleningen van de Zuid-Europese landen die gelinkt zijn aan inflatie. Dit moet ons ook beschermen als de inflatieverwachtingen onverwacht terug zouden stijgen.

Ook onze belangrijkste sectoren (technologie, gezondheidszorg, cyclische consumptiegoederen en industrie) bleven dezelfde aangezien deze afhankelijk zijn van onze keuze voor langetermijnthema’s zoals Vergrijzing, Lifestyle, Water, Robotica, enz.…